“Zullen we teruglopen over de boulevard van gebroken dromen?” zegt mijn vader met haast smekende blik in de ogen. Mijn moeder en ik knikken, zonder lang na te hoeven denken, instemmend.

Het is alsof we ongevraagd voor een aflevering van Geordie Shore zijn gecast. We bevinden ons in een landshap van ‘Best Price Tobacco’s’ en ‘Flinstone Pubs’, tijdelijk bewoond door families die zich georganiseerd in kerstkostuum hebben gehezen.

“De onmiskenbare moederfiguren volgen en hebben de inzet zojuist overtuigend verdubbeld.”

We lopen naast een groep meisjes van vijf tot hoogstens acht jaar die vurig rode lippen, torenhoge hakken en een vogelnest van opgestoken nephaar trots over de boulevard dragen. De onmiskenbare moederfiguren volgen en hebben de inzet zojuist overtuigend verdubbeld.

De vaders zijn niet in zicht, maar hun stemmen klinken als duizendklappers door de Spaanse straten. Ze kunnen niet ver zijn en ook niet nuchter.

Het is vijf uur. De zon verwarmt nog net de kerstverlichte straten. Ik knijp mijn ogen samen. De dames lijken geen last van de lage zon te hebben met wimpers die als gedegen wering dienen.

Ze schreeuwen naar elkaar. Het platte Engelse accent brengt mij licht in verwarring. Een Engels accent is per definitie charmant als je het mij vraagt, maar het gaat er wel erg fel aantoe. Ik versta geen woord en er bekruipt mij een vermoeden dat zij elkaar net zo min verstaan.

We lopen verder over de boulevard, waar de wandelende spray-tan’s het straatbeeld delen met vrijgevochten rastaharen. Dit eiland dient niet alleen als toevluchtsoord voor de eigenzinnige Travellers, maar ook de net te laat geboren hippiegeneratie vindt hier heil in het maken van artisinale producten en het besurfen van de woeste Fuerteventuriaanse golven.

De boulevard wordt namelijk omringd door adembenemend mooie stranden, maar voor nu is de boulevard het absolute centrum van ons universum.

Ik besluit resoluut om ‘minimalistisch leven’ op mijn goede voornemenslijst voor 2018 te zetten.

We drinken een net-niet-koud pilsje aan de rand van wat de hippiemarkt mag heten. Ik aanschouw het geheel en trek al vrij snel de conclusie dat de dagomzet geen zoden aan de dijk zal zetten. Althans, aan een ietswat yupperige Amsterdamse materialistische klotedijk. Ik besluit resoluut om ‘minimalistisch leven’ op mijn goede voornemenslijst voor 2018 te zetten.

“Wij zijn passanten.”

“Wie zijn wij eigenlijk in deze parade des levens?”, vraag ik mijn ouders. Wij zijn passanten, antwoord mijn vader na zijn laatste slok bier.

Ik laat de woorden met het bier bezinken. Hij heeft misschien wel gelijk. We zijn passanten. Van hippie tot Traveller en alles daar tussenin. Op zoek naar iets wat op geluk lijkt, terwijl we met een schuin oog naar de ander kijken alsof zij anders zijn (het woord zit er ook al, hoogst overduidelijk en even onterecht, in).

Kerst. We consumeren, begeren, vluchten, vergeven. Ruziën, dansen, breken, bidden voor vrede. We overgewichten en verlichten. We pretenderen met zelfverzekerde blik en wat kleding dat we de weg weten, maar vanaf de kerstverlichte Boulevard van gebroken dromen kent in ieder geval niemand de weg naar huis.

Bij deze een … (hier laat ik ruimte voor invulling naar wens) Kerst gewenst vanaf de Boulevard van gebroken dromen, waar ik geluk zoek in passende woorden.